Hollandse kleine hiel breien: zo doe je het stap voor stap

De hollandse kleine hiel breien doe je door een hielflap te maken, vervolgens de hiel om te draaien en daarna de steken aan de zijkanten op te nemen. Dit is een van de populairste hielmethodes bij het sokkenbreien, omdat de hiel stevig uitvalt en goed op de voet past. Hieronder vind je een concreet stappenplan, inclusief de punten waar het bij deze methode vaak misgaat.

Wat maakt de hollandse kleine hiel anders?

Bij het breien van sokken zijn er meerdere hielmethodes. De hollandse kleine hiel onderscheidt zich door de combinatie van een hielflap en een hielomkering met een relatief klein aantal steken. Dat “kleine” slaat op de breedte van de hielomkering: je werkt over minder steken dan bij de standaard hollandse hiel, waardoor de hiel strakker en ronder wordt. Dit past goed bij smalere voeten, maar ook breinewers met een normale voetbreedte kiezen vaak voor deze variant vanwege de nette afwerking.

Het resultaat is een klassieke, hoekige hiel die stevig zit en weinig doorschiet. Nadeel: de methode vraagt wat meer aandacht bij het opnemen van de zijsteken. Sla je er een over, dan ontstaan er gaten. Met het stappenplan hieronder voorkom je dat.

Hollandse kleine hiel breien: het stappenplan

Onderstaand stappenplan gaat ervan uit dat je een sok breit op vier of vijf naalden (of een rondnaald) en dat je de hielfase hebt bereikt. Het aantal steken in de voorbeelden is gebaseerd op een gangbare maat sokken waarbij je in totaal 60 steken op de naald hebt.

  • Stap 1: hielflap breien. Neem de helft van je totale steken voor de hielflap (bij 60 steken zijn dat er 30). Leg de overige 30 steken tijdelijk opzij voor de wreef. Brei de hielflap heen en weer. Gebruik voor extra stevigheid het patroontje: recht-brei een steek, haal de volgende steek gehaald over (met draad aan achterkant). Wissel dit af op elke rechte toer. Brei net zo veel toeren als je steken hebt in de hielflap (30 steken = circa 30 toeren), zodat je een vrijwel vierkante flap krijgt.
  • Stap 2: hielomkering beginnen. Nu ga je de hiel omdraaien. Verdeel je 30 hielsteken in drie gelijke groepen (bij 30 steken: 10-10-10). Brei tot en met de middelste groep (de eerste 20 steken). Brei daarna twee steken samen en draai het werk om.
  • Stap 3: hielomkering herhalen. Haal de eerste steek gehaald over en brei tot twee steken voorbij het midden (dus over de middelste 10 steken, plus twee aan iedere kant). Brei de volgende twee steken samen, draai om. Herhaal dit totdat je alle steken van de buitenste groepen hebt verwerkt. Je houdt uiteindelijk de middelste 10 steken over. Dit zijn je basishielsteken.
  • Stap 4: zijsteken opnemen. Pik langs de zijkanten van de hielflap steken op. Doe dit nauwkeurig langs elke “ladder” aan de rand van de flap. Bij 30 toeren neem je aan iedere kant circa 15 steken op. Neem je er te weinig op, dan trekt de hiel dicht; neem je er te veel op, dan wordt de sok te wijd bij de hiel.
  • Stap 5: mindertoeren breien. Je hebt nu meer steken dan je voor de wreef nodig hebt. Brei rondes waarbij je telkens aan het einde van de hielsectie twee steken samen breit (één aan iedere kant), totdat je weer op het oorspronkelijke stekenantal zit. Dit geeft de hiel zijn ronde, soepele vorm.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze vermijdt

Het gaatje bij de hielomkering is de klassieke struikelplaats. Dit ontstaat bijna altijd doordat je de eerste steek na het omdraaien niet gehaald overneemt. Neem die steek altijd gehaald over, met de draad aan de achterkant op rechte toeren en aan de voorkant op averechte toeren. Zo sluit je de naad netjes af.

Een andere valkuil is het opnemen van steken langs de hielflap. Steek de naald altijd door beide draden van de randsteek, niet alleen door de buitenste lus. Gebruik je het patroontje met gehaalde steken in de hielflap? Dan zie je duidelijke “ogen” langs de rand. Neem bij elke twee toeren één steek op: één oog = één steek. Zo tel je niet verkeerd en voorkom je gaten of ongewenste extra steken.

Tips voor een strakker resultaat

Brei de eerste steek na het omdraaien altijd strak aan. De meeste gaten in de hollandse kleine hiel ontstaan op dat exacte punt. Sommige breiers draaien de opgenomen steek ook een kwartslag (breien hem “gedraaid”), waardoor het gat nog verder sluit. Dit is geen verplichting, maar het helpt bij fijn garen of als je een losse breispanning hebt.

Let ook op je spanningssteken bij het opnemen langs de hielflap. Brei ze in dezelfde toer altijd gedraaid (via de achterkant van de lus), zodat ze strakker sluiten en niet gaan hikken. Dit is een kleine aanpassing met duidelijk zichtbaar effect.

Eenmaal de hiel om en de steken teruggebracht naar het juiste aantal, brei je gewoon door aan de voet richting de teen. De hollandse kleine hiel is op dat punt klaar. Met een beetje oefening gaat het omdraaien snel en krijg je elke keer een strakke, nette hiel die ook bij intensief gebruik goed blijft zitten.