Patroon muts breien met 2 naalden: stap voor stap uitgelegd

Een muts breien met 2 naalden is goed te doen, ook als je nog niet lang breit. Het patroon is eenvoudig: je breit een rechthoekig lap, vouwt die dicht en rijgt de bovenkant samen. Het enige wat je echt moet kunnen, is steken samenbreien om de muts bovenaan te sluiten. Dat heet minderen, en hieronder lees je precies hoe dat werkt.

Wat je nodig hebt voor dit patroon

Voor een standaard volwassen muts heb je het volgende nodig:

  • Circa 100 gram dik breigaren (dikte 6 of dikker gaat sneller)
  • Breinaalden die passen bij je garen (check de band van het garen, meestal staat daar naalden 5 tot 7 mm bij)
  • Een naald met groot oog om de draad te verstopen
  • Een schaar

Kies je voor een kindermuts, dan heb je minder garen nodig en zijn de afmetingen kleiner. Zie de maataanwijzingen verderop.

Het basispatroon: patroon muts breien met 2 naalden

Dit patroon werkt met een aaneengesloten rechthoek die je daarna samenvoegt. Je hoeft geen rondnaalden te gebruiken. Dat maakt het geschikt voor beginnende breiers.

Stap 1: Opzetten
Zet afhankelijk van je hoofd- en garnmaat ongeveer 20 tot 30 steken op. Een vuistregel: breit eerst een proeflapje van 10 steken en 10 toeren, en meet hoeveel centimeter dat is. Voor een volwassen muts heb je een breedte van ongeveer 22 tot 24 cm nodig. Stel dat 10 steken bij jou 5 cm oplevert, dan zet je 44 tot 48 steken op.

Stap 2: Steekpatroon kiezen
De makkelijkste keuze is recht breien (alle steken recht, elke toer). Dat geeft een strakke structuur. Wil je een beetje rek en een mooier eindresultaat, kies dan voor boordsteek: afwisselend 2 steken recht en 2 steken averecht per toer. Boordsteek trekt iets samen, dus je muts sluit beter om je hoofd.

Stap 3: Lengte breien
Breit door totdat je lap dubbel gevouwen de gewenste hoogte heeft. Voor een volwassen muts is dat doorgaans 40 tot 45 cm aan lengte (ongevouwen), zodat je na het vouwen 20 tot 22 cm hoogte overhoudt. Voor een kindermuts is 30 tot 34 cm (ongevouwen) voldoende.

Minderen: zo sluit je de bovenkant

Minderen betekent dat je steeds 2 steken tegelijk samenbreit, zodat het aantal steken op je naald afneemt. Dit doe je aan het einde van het breien, vlak voor je afkettelt.

Zo werk je het:

  • Breit de laatste 4 tot 6 toeren met minderen: breit elke 2 steken samen tot 1 steek.
  • Doe dit elke toer, totdat je nog maar een handvol steken over hebt (ongeveer 5 tot 8 steken).
  • Snijd je draad af en laat een staartje van zo’n 30 cm over.
  • Rijg de draad door alle resterende steken op de naald en trek ze samen.
  • Knoop stevig vast.

Dit is het deel dat de meeste beginners spannend vinden, maar het gaat vrij snel. Je breit gewoon 2 steken als 1: steek je naald tegelijk door 2 steken, sla je draad om en trek door beide steken tegelijk.

Samenvoegen en afwerken

Nu je een lap hebt met een samengetrokken bovenkant, vouw je de lap dubbel. De kant met de samengetrokken punt is de bovenkant van je muts. Naai de zijnaad dicht met dezelfde draad en een naald met groot oog. Gebruik hiervoor een matosteek of rijg simpelweg de randen aan elkaar. Keer de muts binnenstebuiten zodat de naad aan de binnenkant zit.

Wil je een omgeslagen rand (manchet) bovenaan? Sla dan de onderste 4 tot 5 cm van de muts naar buiten om. Dat geeft een nette afwerking en is meteen functioneel, want het houdt je oren extra warm.

Veelgemaakte fouten bij dit patroon

Het gaat soms mis op een paar vaste plekken. Dit zijn de meest voorkomende problemen:

  • De muts is te smal of te breed: altijd eerst een proeflapje breien. Een verschil van zelfs 1 mm naaldbreedte geeft al een heel ander resultaat.
  • De zijnaad staat op spanning: naai niet te strak samen. Laat iets ruimte zodat de naad mee kan rekken.
  • De bovenkant sluit niet mooi: trek de draad goed aan als je hem door de resterende steken rijgt, en zorg dat je alle steken meepakt.
  • Het patroon loopt scheef: dit komt vaak door wisselend meer of minder druk op je draad. Probeer gelijkmatig te breien, en geef je handen de tijd om een ritme te vinden.

Met dit patroon heb je voor een volwassen muts al snel een paar avonden werk, afhankelijk van je tempo en garndikte. Kies je voor superdik garen (8 mm naalden of dikker), dan is een muts soms al in één avond klaar. Dat maakt breien met 2 naalden een fijne manier om snel een mooi resultaat te zien.