Fair isle breien: zo doe je het stap voor stap
Fair isle breien is een techniek waarbij je met twee of meer kleuren tegelijk werkt en zo kleurrijke patronen maakt. Het ziet er ingewikkeld uit, maar met de juiste aanpak is het ook voor beginners goed te leren. De kern van de techniek is dat je de draad die je niet gebruikt meeneemt aan de achterkant van het werk, klaar om op het juiste moment weer op te pakken.
De techniek komt oorspronkelijk van Fair Isle, een klein eiland tussen Schotland en Noorwegen. Typische fair isle patronen zijn opgebouwd uit kleine, herhalende motieven in meerdere kleuren. Kenmerkend is dat je nooit meer dan twee kleuren tegelijk in één rij gebruikt, al wisselen die kleuren per rij wel van combinatie.
Hoe fair isle breien werkt: de basis
Bij fair isle breien hou je in elke rij twee kleuren in je handen. De ene kleur brei je op het aangegeven moment, de andere draag je mee aan de achterkant. Die meegedragen draad heet een “float”. Zo ontstaat er aan de binnenkant van je werk een reeks losse draden die van kleurblok naar kleurblok lopen.
De floats mogen niet te lang worden. Als een float langer is dan ongeveer vijf steken, trekt hij het breigoed samen. Dat geeft een strak, ongemakkelijk resultaat. Is een float langer dan vijf steken? Zorg dan dat je de meegedragen draad om de werkende draad heen wikkelt, zodat hij vastzit aan de achterkant. Dit heet “inbreien” of “vangen” van de float.
Hoe je de twee draden vasthoudt, maakt veel uit voor je spanningsbeheer. Veel breisters houden één kleur in de linkerhand en één in de rechterhand. Zo kun je snel wisselen zonder de draden elke keer te laten vallen. Andere breisters werken met beide draden in één hand. Probeer wat het fijnst aanvoelt.
Veelgemaakte fouten bij fair isle breien
De meest voorkomende fout is dat de floats te strak worden aangetrokken. Je trekt de meegedragen draad aan als je de nieuwe kleur pakt, en dan trekt het patroon samen. Spreid je steken goed over je naald uit voordat je de draad meeneemt. Zo geef je de float voldoende ruimte en blijft je werk plat en soepel.
Een tweede valkuil is de draadspanning per kleur. De ene draad leg je misschien wat strakker aan dan de andere, waardoor het patroon ongelijkmatig wordt. Oefen eerst met een proeflapje van 10 bij 10 centimeter voordat je aan een groter project begint. Zo zie je snel waar je spanning niet klopt.
Let ook op het wisselen van kleuren aan het begin van een rij. Als je steeds dezelfde kleur bovenop legt bij het wisselen, kan er een subtiel streepjeseffect ontstaan in het patroon. Wissel de volgorde bewust af om dat te vermijden.
Breien in de rondte maakt fair isle makkelijker
De meeste traditionele fair isle projecten, zoals mutsen en truien, worden in de rondte gebreid. Dat is voor beginners eigenlijk makkelijker dan heen en weer breien. Wanneer je in de rondte werkt, kijk je altijd naar de goede kant van het werk. Zo zie je het patroon direct en hoef je het niet van links (de averechtzijde) te lezen.
Bij heen en weer breien moet je het patroon op de averechtrijen spiegelen. Dat kost meer concentratie en vergroot de kans op fouten. Begin je net met fair isle breien? Kies dan een project in de rondte, zoals een muts of polswarmers. Die zijn ook snel af, zodat je snel resultaat ziet.
Welk garen en welke naalden gebruik je?
Fair isle breien werkt het best met een gladder garen, zoals wol of een wolmix. Gladder garen schuift makkelijker over je naalden en geeft een egaler eindresultaat. Ruige of sterk gestructureerde garens kleven meer aan elkaar, waardoor wisselen lastiger gaat.
Gebruik naalden die iets kleiner zijn dan de aanbevolen maat op je garenbol. Bij fair isle breien is er meer spanning op het werk door de floats. Een kleinere naald compenseert dat en geeft een steviger, mooier resultaat. Een verschil van een halve of hele maat is genoeg.
Kies voor je eerste fair isle project twee kleuren die goed contrast geven. Donkerblauw met wit, of rood met ecru, zijn klassieke combinaties. Goed contrast maakt het patroon goed leesbaar en helpt je fouten snel te zien.
Een patroon lezen bij fair isle breien
Fair isle patronen worden bijna altijd als kleurenkaart weergegeven. Dat is een raster waarbij elke cel één steek voorstelt. Elke kleur krijgt een eigen symbool of kleur in de kaart. Je leest de kaart van rechts naar links en van onder naar boven als je in de rondte breit.
Begin met een patroon dat maar twee kleuren per rij heeft en korte herhalende motieven van vijf of minder steken. Zo houd je de floats kort en hoef je niet te vangen. Een sneeuwvlokmotief of een eenvoudige ruitvormen zijn goede startpunten.
Fair isle breien vraagt wat oefening, maar zodra de basistechniek zit, gaat het snel. Met een goed patroon, het juiste garen en aandacht voor je floats maak je in korte tijd kleurrijke, sierlijke brei-stukken die er veel ingewikkelder uitzien dan ze zijn.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier