Stiksteek borduren: zo zet je deze veelzijdige steek stap voor stap
De stiksteek (ook wel back stitch of rugsteek genoemd) is een van de meest gebruikte steken in het borduren. Je zet elke steek achterwaarts in, zodat er een aaneengesloten lijn ontstaat zonder onderbrekingen. Dat maakt de stiksteek perfect voor contouren, tekst en fijne details in een borduurwerk.
Wat is de stiksteek precies?
Bij de stiksteek werk je steeds één steek terug ten opzichte van de richting waarin je borduurt. Het resultaat aan de voorkant lijkt op een getrokken lijn, vergelijkbaar met een naaimachinelijn. Aan de achterkant overlappen de steken elkaar, waardoor je een langere aaneenschakeling ziet. De stiksteek is sterk, netjes en leent zich uitstekend voor het volgen van gebogen lijnen, scherpe hoeken en kleine letters.
In de borduursport wordt de stiksteek veel toegepast als omlijning van gevulde vlakken, maar je kunt hem ook zelfstandig gebruiken om een volledig ontwerp in lijnen op te bouwen. Denk aan bloemencontouren, diersilhouetten of kalligrafische teksten op stof.
Stiksteek borduren: stap voor stap
Voor je begint heb je nodig: borduurstof (zoals linnen of katoen), borduurgaren (bv. DMC of Anchor sixstrand), een borduurnaald met groot oog, een borduurring en eventueel een patroon dat je op de stof hebt overgedragen.
- Begin met een beginknoop of waste knot. Breng de naald van achteren naar voren door de stof, op het punt waar je wilt beginnen.
- Zet de eerste steek vooruit. Steek de naald op een kleine afstand voor je startpunt weer naar achteren (bv. 3 tot 5 mm, afhankelijk van hoe fijn je wilt werken).
- Breng de naald één steekverlening verder naar voren. Steek de naald nu 3 tot 5 mm vóór het eindpunt van je eerste steek naar boven.
- Ga achterwaarts terug. Steek de naald precies in het eindgat van de vorige steek. Zo sluit je de steken naadloos op elkaar aan.
- Herhaal stap 3 en 4. Breng de naald steeds één steekverlening verder naar voren, en steek daarna terug in het eindgat van de vorige steek.
- Eindig met een afwerkknoop. Zet de draad aan de achterkant vast door hem door een paar steken te weven, zodat hij niet uitraffelt.
Let erop dat alle steken even lang zijn. Wisselende steekverlengingen geven een onrustig resultaat. Oefen eerst op een restje stof om een gelijkmatig ritme te vinden.
Hoe lang maak je de steken?
De steekverlening hangt af van het gewenste effect en het aantal draden dat je gebruikt. Bij 2 draden en een fijn ontwerp werken steken van 2 tot 3 mm goed. Gebruik je 6 draden voor een groffer effect, dan kun je met steken van 5 tot 7 mm werken. Op gebogen lijnen gebruik je korter steken, zodat de lijn vloeiend blijft en niet hoekig oogt.
Veelgemaakte fouten bij de stiksteek
Een veelvoorkomende fout is te ver terugsteken, waardoor er een opening ontstaat tussen de steken. Controleer steeds of je naald precies in het eindgat van de vorige steek gaat. Een andere valkuil is te strak trekken aan de draad, waardoor de stof trekt en rimpelt. Trek de draad rustig en gelijkmatig aan, zodat hij plat op de stof ligt zonder te spannen.
Ook de richting van de steek maakt uit bij hoeken en scherpe bochten. Werk je een hoek van 90 graden, maak dan de steek die in de hoek eindigt iets korter. Zo voorkom je dat de hoek er afgerond uitziet.
Combinaties met andere steken
De stiksteek werkt goed samen met andere steken. Je kunt een vlaksteek (satin stitch) of een kruissteek omlijnen met een stiksteek voor een scherpe afwerking. Ook de gevlochten stiksteek (threaded back stitch) is populair: je rijgt een tweede draad in een contrasterende kleur door de steken heen, zonder de stof aan te raken. Dat geeft een decoratief, gevlochten effect langs de lijn.
Met de stiksteek heb je een veelzijdig gereedschap in handen dat je in vrijwel elk borduurproject kunt inzetten. Zodra je de basisbeweging, achteruit steken en gelijkmatige lengtes, beheerst, kun je ermee aan de slag voor zowel simpele contouren als uitgewerkte teksten en motieven.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier