Halve patentsteek breien: zo doe je het stap voor stap
De halve patentsteek breien doe je door afwisselend steken op te lichten en te breien, waardoor je een luchtig, geribd patroon krijgt dat minder dik is dan de gewone patentsteek. Het resultaat is een rekbaar, zacht weefsel dat perfect werkt voor sjaals, mutsen en trooien. Hieronder lees je precies hoe je deze steek uitvoert.
Wat is de halve patentsteek?
De halve patentsteek (ook wel Engelse rib of half fisherman’s rib genoemd) lijkt op de gewone patentsteek, maar is slechts aan één kant van het breiwerk zichtbaar als een volledig patent. Aan de andere kant zie je een simpelere ribbelstructuur. Daardoor verbruik je minder wol dan bij de volledige patentsteek en brei je ook iets sneller. Het patroon is toch nog steeds rekbaar en lekker dik, wat het populair maakt voor winteraccessoires.
Het grote verschil met de gewone patentsteek is dat je bij de halve variant niet op beide kanten steken oplicht. Je licht alleen op de heennaald op, en op de terugnaald brei je gewoon glad en averecht. Dat klinkt ingewikkeld, maar na een paar naalden gaat het vanzelf.
Halve patentsteek breien: materiaal en voorbereiding
Je hebt breisels nodig met enige dikte voor een goed resultaat. Denk aan wol of een wolmix in een dikte tussen de 100 en 200 meter per 100 gram, zoals een aran- of bulkygaren. Naalddikte 5 tot 6 mm werkt goed bij dit soort garen. Gebruik je dunnere wol, kies dan ook dunnere naalden.
Sla een even aantal steken op. De halve patentsteek werkt namelijk op een meervoud van 2. Voor een sjaaltje om te oefenen zijn 20 tot 30 steken een handig aantal om mee te beginnen.
Stap voor stap: de halve patentsteek
Hieronder staat het basispatroon voor de halve patentsteek op een even aantal steken.
- Opzetten: Sla je steken op zoals je gewend bent. Voor een mooiere rand kun je de randsteek altijd oplichten zonder te breien.
- Rij 1 (heen, “patentnaald”): Haal de eerste steek op zonder te breien (randsteek). Breng de wol naar voren, licht de volgende steek op (zonder te breien), breng de wol naar achter en brei de steek erna gewoon recht. Herhaal dit afwisselen (opgelichte steek, rechte steek) tot het einde van de rij. Brei de laatste steek recht.
- Rij 2 (terug, “gladde naald”): Haal de eerste steek op als randsteek. Brei nu de hele rij terug in glad breiwerk: de opgelichte steken uit de vorige rij brei je nu samen met hun draad als één steek averecht, en de rechte steken brei je gewoon recht. Herhaal tot het einde.
- Herhaal rij 1 en rij 2 tot het gewenste formaat.
Het oplichten in rij 1 is het sleutelmechanisme. Je brengt de wol naar voren zodat er een draapje voor de steek ligt, en dan licht je de steek op zonder te breien. Op de terugnaald brei je die steek met zijn draapje samen als één averechte steek. Zo ontstaat de karakteristieke dikke ribbelstreep aan de voorkant.
Veelgemaakte fouten bij de halve patentsteek
De meest voorkomende fout is het vergeten van de draad naar voren brengen vóór het oplichten. Doe je dat niet, dan krijg je geen draapje en valt het patroon weg. Kijk na elke opgelichte steek even of er een losse draad voor de steek op je naald zit.
Een andere valkuil is te strak breien. De halve patentsteek heeft ruimte nodig om mooi te liggen. Brei je te strak, dan trekt het weefsel samen en verliest het zijn rekbaarheid. Probeer iets losser te breien dan je gewend bent, of kies een grotere naaldmaat dan het garen aangeeft.
Tot slot: tellen helpt enorm in het begin. Controleer na elke heen-naald of je nog hetzelfde aantal steken hebt. Per versie (opgelichte steek plus recht) tel je steeds twee steken samen als één eenheid.
Waarvoor gebruik je de halve patentsteek?
De halve patentsteek werkt het beste voor projecten waarbij rekbaarheid en dikte gewenst zijn, maar waarbij je de wol niet wilt verdubbelen zoals bij de gewone patentsteek. Populaire toepassingen zijn sjaals, cowls, mutsen en manchetten. Voor een trui wordt de steek ook gebruikt, maar houd er dan rekening mee dat het breiwerk flink meegeeft en je de maat ruimer kiest dan normaal.
Wil je oefenen? Begin met een lapje van 20 steken en een stuk of 20 rijen. Dan zie je al snel hoe het patroon zich opbouwt en kun je het ritme van “opheffen op heen, samen breien op terug” goed in de vingers krijgen. Daarna is de halve patentsteek een van de snelste en meest bevredigende steken om grote projecten mee af te werken.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier