Gerstekorrel breien: stap voor stap uitgelegd
Gerstekorrel breien is een klassiek breipatroon waarbij je afwisselend rechte en averechtse steken breit, maar dan versprongen per naald. Het resultaat is een textuur die lijkt op gerstekorrels, stevig aanvoelt en aan beide kanten mooi oogt. Hieronder vind je een duidelijk stappenplan om dit patroon zelf te maken, heen en weer op twee naalden.
Wat is het gerstekorrelpatroon?
Het gerstekorrelpatroon (ook wel graan- of maiskorrelsteek genoemd) is een gestructureerd patroon dat bestaat uit twee naalden die steeds herhalen. Het verschil met patentsteek of ribbelsteek zit in de versprongen afwisseling: de rechte steek van naald 1 valt precies boven de averechtse steek van naald 2, en andersom. Zo ontstaat het typische korrelige oppervlak.
Het patroon is geschikt voor sjaals, mutsen, dekentjes en andere vlakke breiwerken. Aan beide kanten ziet het er goed uit, wat het handig maakt voor accessoires waarbij de achterkant zichtbaar is, zoals een sjaal.
Gerstekorrel breien: het patroon stap voor stap
Je hebt een even aantal steken nodig om het patroon kloppend te breien. Zet je steken op zoals gebruikelijk en volg dan dit schema:
- Naald 1 (de goede kant): breit afwisselend 1 steek recht, 1 steek averecht. Herhaal dit tot het einde van de naald.
- Naald 2 (de verkeerde kant): breit afwisselend 1 steek averecht, 1 steek recht. Dus precies omgekeerd ten opzichte van naald 1.
Herhaal naald 1 en naald 2 steeds. Na een paar naalden zie je het korrelige patroon al duidelijk verschijnen. Zorg dat je bij elke nieuwe naald begint met de juiste steek: op de goede kant start je met een rechte steek, op de verkeerde kant met een averechtse.
Aandachtspunten bij het breien
Een veelgemaakte fout is dat brei-beginners de averechtse steken op naald 2 vergeten om te draaien. De draad moet bij een averechtse steek naar voren liggen (naar jou toe), en bij een rechte steek naar achteren. Controleer dit aan het begin van elke steek, zeker als je nog niet zo lang breit.
Tel je steken regelmatig. Gerstekorrel vraagt om een even aantal, dus mis je er één, dan klopt het patroon niet meer. Een telmarkering (een klein ringetje op je naald) na elke tien steken helpt je de tel bij te houden.
De spanning van je breiwerk speelt ook een rol. Gerstekorrel trekt iets samen in de breedte, vergelijkbaar met ribbelsteek. Breit je een project met een opgegeven breedte, hou dan rekening met iets meer steken dan je bij een glad breipatroon zou gebruiken. Breien van een klein proeflapje (minstens tien bij tien centimeter) voordat je begint, helpt je de juiste steekdichtheid te bepalen.
Welk garen en welke naalddikte?
Gerstekorrel komt het beste tot zijn recht in gladde garens, zoals katoen of een gladde wol. Een te pluizig garen (zoals mohair) verbergt de structuur van het patroon, waardoor de korrels minder zichtbaar zijn. Katoen geeft een strakke, duidelijke textuur en is goed te wassen, wat het geschikt maakt voor babydekentjes of keukendoekjes.
Gebruik de naalddikte die bij het garen hoort, zoals op het garenlabel staat. Een iets dunnere naald dan aanbevolen geeft een strakker, steviger resultaat. Een dikkere naald maakt het breiwerk luchtiger en soepeler. Wat je kiest hangt af van het project.
Gerstekorrel breien vraagt wat oefening om het ritme van naald 1 en naald 2 goed te pakken te krijgen, maar als het eenmaal zit, gaat het snel. Het patroon is eenvoudig genoeg om ook terwijl je televisie kijkt te breien, zodra je de wissel tussen recht en averecht automatisch doet.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier