Patentsteek breien: zo doe je het stap voor stap
Patentsteek breien geeft een dik, elastisch en dubbelzijdig patroon dat er aan beide kanten hetzelfde uitziet. De techniek is gebaseerd op het afheien van steken in combinatie met gewone brei- of purlaanbewegingen, waardoor elke steek als het ware dubbel wordt gebreid. Het resultaat is een wollig, luchtig ribpatroon dat populair is voor sjaals, mutsen en trui-manchetten.
Wat is de patentsteek precies?
De patentsteek (ook wel Engelse rib of fisherman’s rib genoemd) lijkt op een gewone 1×1 rib, maar ziet er voller en dikker uit. Het verschil zit in de manier waarop je de steken verwerkt: in plaats van een steek normaal te breien, haal je hem af met een omslag. Die omslag breier je in de volgende naald samen met de volgende steek. Zo ontstaat een gedubbelde steek die de stof extra volume geeft.
Omdat elke steek twee keer wordt bewerkt, gebruik je voor de patentsteek meer wol dan voor een gewone rib. Reken gemiddeld zo’n 20 tot 30 procent meer garen dan je bij een vergelijkbaar project met rechte steken zou gebruiken. Houd hier rekening mee bij het kopen van wol.
Benodigdheden voor patentsteek breien
- Breipennen (kies de maat die bij je garen past, vaak 1 tot 2 maten dikker dan de aanbeveling op het bolletje voor een luchtig resultaat)
- Elastisch brei-garen (acryl, wol of een mix werkt goed; vermijd heel stijf garen)
- Een schaartje en een rijgnaald om eindjes in te werken
Patentsteek breien: stap voor stap
De basis van de patentsteek bestaat uit twee soorten rijen. Begin altijd met een oneven aantal steken op je naald, zodat het patroon klopt.
Insteekrij (alleen bij de start):
Zet een oneven aantal steken op. Brei de eerste steek rechts. Haal dan de volgende steek af zonder te breien en leg de draad naar voren (omslag). Brei de steek daarna rechts. Wissel steeds af: afheien met omslag, dan rechts breien. Eindig met een rechte steek.
Patroonrij A (herhaal deze in elke rij):
- Brei de eerste steek rechts.
- Haal de volgende steek af met de draad aan de voorkant (omslag voor de steek).
- Brei de volgende steek samen met de omslag van de vorige rij rechts. Dit is de “dubbele steek”.
- Herhaal stap 2 en 3 tot het einde van de naald.
- Eindig de rij met een rechte steek.
Patroonrij B (keerzijde): Werk exact hetzelfde als rij A, maar draai je breiwerk om. Omdat de patentsteek dubbelzijdig is, ziet de keerzijde er identiek uit aan de voorzijde.
Herhaal rij A en rij B afwisselend tot je de gewenste lengte hebt bereikt. Dat is alles. Na een paar rijen zie je het dikke, wollige ribpatroon vanzelf ontstaan.
Veelgemaakte fouten bij de patentsteek
De meest voorkomende fout is vergeten de draad naar voren te halen voor je een steek afheiet. Dan krijg je geen omslag en valt het patroon weg. Controleer na elke rij of je steekaantal klopt: bij een oneven beginaantal moet je aan het einde van elke rij altijd op hetzelfde aantal uitkomen.
Een tweede valkuil is te strak breien. De patentsteek heeft ruimte nodig om te kunnen rekken. Brei losser dan je gewend bent, of gebruik één maat dikkere pennen dan normaal. Een strakke patentsteek verliest zijn kenmerkende elasticiteit en ziet er plat uit in plaats van vol.
Wanneer gebruik je de patentsteek?
De patentsteek is ideaal voor projecten waarbij warmte en rekbaarheid belangrijk zijn: sjaals, mutsen, polswarmers en kraagjes. Voor truien of vesten wordt de steek minder vaak gebruikt, omdat de stof erg veel garen vraagt en zwaarder uitvalt dan een reguliere rib. Als je een lichtgewicht trui wilt breien, kies dan eerder voor een gewone 1×1 of 2×2 rib.
Eenmaal de patentsteek in de vingers gekregen, gaat het snel. De bewegingen herhalen zich steeds en het patroon is gemakkelijk te onthouden. Een sjaal van zo’n 20 steken breed is een prima eerste project om de techniek te oefenen zonder dat het overweldigend wordt.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier