Hardanger borduren: alles wat je moet weten over deze Noorse techniek

Hardanger borduren is een traditionele borduurkunst uit Noorwegen waarbij je open gewerkte patronen maakt op evenweefstof. Je combineert gevulde satijnsteken met weggeknipt draadwerk, waardoor een soort kant-effect ontstaat. Het resultaat is luchtig, geometrisch en heel herkenbaar. Wil je weten hoe het werkt, wat je nodig hebt en of het voor jou geschikt is? Dan lees je hier alles.

Wat is hardanger borduren precies?

Bij hardanger borduren werk je in twee stappen. Eerst bouw je een patroon op met klossensteken, ook wel satin stitches of klosterblokken genoemd. Dit zijn groepjes van vijf parallelle satijnsteken die je over een vast aantal draden legt. Daarna knip je de draden tussen de gevulde blokken weg en bundel je de overblijvende draden tot een open rasterwerk. Dit open gedeelte heet “draadomtrek” of “drawn thread work”. Binnen dat raster kun je extra steken zetten, zoals weversteken of schemersteekjes, om het patroon verder te verrijken.

Het eindresultaat lijkt op kant, maar je hebt het zelf geborduurd op stof. Dat is ook precies wat hardanger borduren zo bijzonder maakt: het speelt met vol en leeg, met dichte steken en open ruimtes. Veel traditionele patronen zijn symmetrisch en opgebouwd uit vierkanten en diagonalen.

De oorsprong: een Noorse volkskunst

De techniek is afkomstig uit de Hardangerregio in Noorwegen, een gebied aan de westkust van het land. Hardanger borduurwerk wordt al eeuwen gebruikt voor de versiering van klederdracht, zoals de hardangerbunad. Blouses, schorten en hoeden werden versierd met witte borduurmotieven op wit linnen. Dat gebruik van wit op wit geeft het werk zijn kenmerkende sobere en elegante uitstraling.

Tegenwoordig wordt de techniek wereldwijd beoefend, niet alleen voor klederdracht maar ook voor tafellopers, kussenhoezen, servetten en ingelijste werken.

Wat heb je nodig om te beginnen?

Hardanger borduren vraagt om specifiek materiaal. Je kunt niet zomaar willekeurige stof en garen gebruiken, omdat de techniek werkt met het tellen van draden. Dit zijn de basisbenodigdheden:

  • Evenweefstof: de meest gebruikte stof is hardangerdoek, een stof met 22 of 28 draden per centimeter. De draden zijn even dik in de lengte en breedte, zodat je nauwkeurig kunt tellen.
  • Perle cotton garen: dit is een gedraaid, glanzend katoen dat niet splitst. Je gebruikt vaak twee diktes: een dikkere voor de klosterblokken (nr. 5) en een dunnere voor de steken in het open rasterwerk (nr. 8 of nr. 12).
  • Tapisserie- of borduurnaald: kies een naald met een stomp puntje en een groot oog, zodat je makkelijk tussen de draden kunt werken zonder ze te beschadigen.
  • Klein scherpte schaartje: voor het wegknippen van de draden. Precisie is hier belangrijk; een slordig knipje kan het werk verpesten.
  • Borduurring of -frame: niet verplicht, maar een strak gespannen stof maakt het tellen makkelijker.

Hoe moeilijk is hardanger borduren?

Hardanger borduren is niet de gemakkelijkste borduurstijl voor absolute beginners. De klosterblokken zelf zijn technisch gezien eenvoudig: je prikt steeds op vaste posities. Maar het nauwkeurig tellen van draden vraagt concentratie, en het wegknippen van de draden is een spannende stap die je niet kunt terugdraaien. Een foutje herstellen kost veel moeite.

Beginners starten het beste met een kant-en-klaar patroon op 22-count hardangerdoek en gebruiken wit perle cotton nr. 5. Zo hoef je je alleen te concentreren op de steken, niet op het ontwerpen. Veel hobbyspeciaalzaken verkopen starterspakketten met stof, garen en een patroon in één.

Als je al ervaring hebt met kruissteek of andere telborduurtechnieken, pik je hardanger borduren een stuk sneller op. De basislogica van draden tellen is vergelijkbaar.

Veelgemaakte fouten bij hardanger borduren

De grootste fout die beginners maken, is te vroeg knippen. Knip de draden pas weg als alle klosterblokken rondom het te knippen gebied volledig zijn uitgewerkt. Doe je dat niet, dan valt de stof uit elkaar en kun je de losse draden niet meer netjes bundelen.

Een tweede valkuil is de spaardraad aan de achterkant. Trek je garen aan de achterkant nooit over een groot stuk open stof. Aan de voorkant is die draad zichtbaar door het open rasterwerk, wat het werk er slordig uit laat zien. Knip je draad af en begin opnieuw bij het volgende blok.

Tot slot: gebruik altijd de juiste stofmaat voor je patroon. Te weinig marge rondom het borduurwerk geeft problemen bij het inlijsten of naaien.

Patronen en projecten voor hardanger borduren

De meeste hardangerpatronen zijn geometrisch en werken met vierkante motieven. Typische beginnerprojecten zijn kleine vierkantjes zoals een onderzetter, een bladwijzer of een servet. Die zijn snel klaar en laten je de basistechnieken oefenen zonder een groot project te hoeven afmaken.

Gevorderde borduuraars maken tafellopers, kleedjes of sieraden voor klederdracht. Er zijn ook moderne ontwerpers die hardanger combineren met kleur, iets wat traditioneel niet gebruikelijk was maar tot verrassende resultaten leidt.

Patronen vind je bij borduurspeciaalzaken, in boeken over Scandinavisch handwerk of via internationale borduurwebsites. Let bij het kiezen van een patroon op de opgegeven stofmaat en het benodigde garennummer, want die zijn op elkaar afgestemd.

Hardanger borduren vraagt geduld en nauwkeurigheid, maar geeft een heel bevredigend resultaat. Begin met een eenvoudig patroon op de juiste stof, gebruik de goede garennummers en knip pas als alle blokken klaar zijn. Dan leg je een stevige basis voor een techniek die je daarna stap voor stap verder kunt uitbreiden.