Deken breien: zo pak je het aan, van patroon tot afwerking

Een deken breien is een van de meest bevredigende breiprojecten die er is: groot genoeg om echt iets te betekenen, maar te leren zonder ingewikkelde technieken. Of je nu kiest voor een eenvoudig ribbelpatroon of een sierlijk kabelpatroon, de basisstappen zijn steeds hetzelfde. Je bepaalt het formaat, kiest je garen en patroon, en breit de deken in vakken of in één geheel.

Welk formaat kies je voor een gebreide deken?

Het formaat hangt af van het gebruik. Een babydeken is typisch zo’n 70 bij 90 centimeter. Dat is klein genoeg om snel klaar te zijn en groot genoeg om een wiegje of kinderwagen mee toe te dekken. Een bank- of knuffeldeken voor volwassenen is al snel 120 bij 150 centimeter of groter. Houd er rekening mee dat meer steken op de naald ook zwaarder werk is: je houdt meer gewicht in handen terwijl je breit.

Als je een grote deken wilt maken maar niet zoveel steken tegelijk op de naald wilt hebben, is het een goed idee om de deken in losse vakken of stroken te breien en die daarna aan elkaar te naaien. Dat maakt het project ook makkelijker mee te nemen.

Garen kiezen voor een deken breien

Het garenkeuze maakt of breekt je project. Dikker garen (garennummer of “weight” aangeduid als bulky of super bulky) gaat veel sneller dan fijn garen. Met een dikke wol en grote naalden, denk aan naalden van 10 mm of dikker, is een babydeken al in een weekend klaar. Fijner garen geeft een mooier, soepeler resultaat maar kost veel meer tijd.

Let ook op de vezelsamenstelling. Wol is warm en stevig, maar kan kriebelen. Merino wol is zachter en geschikt voor baby’s en mensen met een gevoelige huid. Acryl is goedkoper, wasbaar op 30 of 40 graden en slijtvast, wat handig is voor een deken die veel gebruikt wordt. Katoen is luchtig en goed voor zomerdekens, maar zwaarder en minder elastisch tijdens het breien.

Patronen voor het deken breien

Voor beginners is het averecht-recht patroon (ook wel “garter stitch”) de makkelijkste keuze: je breit elke steek en elke rij op dezelfde manier. Het resultaat is een geribde structuur die mooi plat blijft, wat bij dekens een groot voordeel is. Dekens in tricotsteek (recht op de rechte kant, averecht op de averechte kant) trekken vaak op aan de zijkanten, wat je kunt compenseren door extra boordsteken toe te voegen.

Populaire patronen voor gebreide dekens zijn:

  • Gerstekorrel: afwisselend recht en averecht, geeft een fijne structuur en blijft goed plat.
  • Kabelpatroon: structuurpatroon met gevlochten lijnen, vraagt om een kabelnaald maar is goed te leren.
  • Ribbelpatroon: afwisselend recht en averecht in kolommen, geeft stretch en een warme look.
  • Blokkenpatroon: combinatie van recht en averecht in blokken, makkelijk te onthouden en aantrekkelijk van uiterlijk.

Kabelpatronen zien er indrukwekkend uit en zijn een stap moeilijker, maar ook niet onbereikbaar voor iemand die de basissteken al kent. Je breit daarvoor een beperkt aantal steken van de naald op een hulpnaald (kabelnaald), breit de volgende steken, en schuift de hulpnaald terug. Dat geeft de gevlochten look.

Steken opzetten en het breien zelf

Tel het aantal steken dat je nodig hebt op basis van je slagmaat. Breie eerst een proeflapje van ongeveer 10 bij 10 centimeter en tel hoeveel steken en rijen er in 10 centimeter passen. Dat zijn je slagmaat-gegevens. Wil je een deken van 120 centimeter breed en passen er 10 steken in 10 centimeter, dan zet je 120 steken op. Klopt je slagmaat niet, wissel dan van naalddikte: dikkere naalden geven een lossere steek, dunnere naalden een strakker resultaat.

Zet de steken op met een luchtige opzetmethode zodat de onderkant van je deken niet te strak wordt. De long-tail cast on (duimopzet) is hiervoor een goede keuze en geeft meteen een nette, elastische rand.

Afwerking van je gebreide deken

De afwerking bepaalt hoe professioneel je deken eruitziet. Naai alle draadeinden zorgvuldig in met een stomp haaknaald of wolnaald. Stop de draden in de richting van de steken, niet dwars erop, zodat ze niet loslaten bij wassen.

Als je de deken in losse delen hebt gebreid, naai je de stukken aan elkaar met een matrasnaadje (ook wel ladder stitch) voor een vrijwel onzichtbare naad aan de rechterkant. Heb je de deken in één geheel gebreid, dan is alleen het inwerken van de einddraden nodig.

Was je deken voor gebruik, zodat de wol of het garen een beetje inloopt en de steken gelijkmatiger worden. Lees wel altijd het label van je garen voor de juiste wastemperatuur. Blokkeren (nat maken en in vorm leggen om te drogen) geeft extra mooie, gelijkmatige resultaten bij wol.

Een gebreide deken is een project dat loont. Begin klein met een babydeken of een smal strookje, leer je slagmaat kennen, en schaal daarna op. Zodra je patroon en ritme kloppen, breit de rest van de deken bijna vanzelf.