Breien voor beginners: de beste patronen om mee te starten

Breien voor beginners begint het makkelijkst met eenvoudige patronen die gebruikmaken van alleen rechte en averechte steken. De allereenvoudigste zijn het ribbelpatroon (ook wel rippatroon genoemd) en het gerstekorrelpatroon. Beide patronen leer je snel aan, ze zien er meteen netjes uit en ze geven je genoeg houvast om het basisritme van breien te voelen.

Waarom patroonkeuze zo belangrijk is voor beginners

Een verkeerd patroon voor beginners zorgt voor frustratie. Als je meteen een patroon kiest met kabels, kantwerk of ingewikkelde afkortingen, verlies je het overzicht en geef je sneller op. Patronen die alleen bestaan uit rechts en averecht breien zijn ideaal: je oefent de basistechnieken, en het resultaat ziet er al snel professioneel uit. Bovendien kun je fouten makkelijker opsporen en herstellen.

Een ander voordeel van beginnersvriendelijke patronen: ze zijn ook herhalend van opzet. Je breidt een vaste reeks steken steeds opnieuw, waardoor je handen het ritme vanzelf oppikken. Dat maakt breien ook ontspannend.

De beste breien voor beginners patronen op een rij

Hieronder staan de meest geschike patronen voor wie nog maar net begint. Ze zijn gerangschikt van makkelijk naar iets uitdagender, maar geen enkel patroon vereist speciale technieken buiten rechts en averecht.

  • Het ribbelpatroon (rippatroon): je breidt afwisselend een aantal rechte steken en een aantal averechte steken in elke rij. Zo ontstaan er verticale ribben. Een veelgebruikte verhouding is 2 rechts, 2 averecht (ook wel 2×2 rib). Dit patroon trekt iets samen, waardoor het lekker elastisch zit. Ideaal voor manchetten, mutsen en sjaalranden.
  • Het gerstekorrelpatroon: hier wissel je in elke steek en elke rij af tussen rechts en averecht, maar de rijen verspringen telkens. Rij 1 begint met een rechte steek, rij 2 begint met een averechte steek. Het resultaat is een fijn korrelig oppervlak dat aan beide kanten hetzelfde uitziet. Handig voor sjaals, onderzetters of washandjes.
  • Het gladde breisel (tricot): alle steken op de voorkant zijn rechts, alle steken op de achterkant zijn averecht. Het resultaat is een glad, plat breiwerk met een duidelijke voor- en achterkant. Goed voor beginners die iets gestructureerds willen maken, zoals een eenvoudige lap of schoudertasje.
  • Het patentsteek patroon: iets uitdagender, maar nog steeds goed te doen als je de rechte en averechte steek al beheerst. Je breidt elke steek dubbel, waardoor een dik en luchtig breisel ontstaat. Populair voor sjaals en warme mutsen.

Hoe lees je een beginners breipatroon?

Een breipatroon voor beginners bevat altijd een aantal vaste elementen. Bovenaan staat welk garen en welke naalddikte je nodig hebt. Daarna volgt de steekproef: hoeveel steken en rijen geven per 10 cm het juiste formaat. Sla de steekproef niet over. Als jouw steekproef afwijkt, wordt je project groter of kleiner dan bedoeld.

Patronen gebruiken vaak afkortingen. De meest voorkomende zijn:

  • re: rechts breien
  • av: averecht breien
  • op: opzetten (steken aanslaan)
  • afk: afkanten (steken afwerken)
  • hst: hoofdsteken

Staat een patroon in het Engels? Dan staat “k” voor knit (rechts) en “p” voor purl (averecht). Veel gratis patronen online zijn in het Engels, maar de steken zijn overal hetzelfde.

Welk materiaal gebruik je bij beginnersvriendelijke patronen?

Kies voor dik garen, bij voorkeur dikte 6 of dikker (ook wel aangeduid als “chunky” of “bulky”). Met dik garen werk je sneller en zie je je steken beter, wat helpt bij het leren. Gebruik naaldjes van 6 tot 8 mm als je start met dik garen. Hoe dunner het garen, hoe meer precisie je nodig hebt, wat voor beginners lastiger is.

Kies daarnaast gladde naalden van hout of metaal in plaats van naalden met opvallende kleur of ruwe textuur. Steken glijden makkelijker van gladde naalden, zodat je minder kracht nodig hebt en sneller ritme krijgt.

Makkelijke projecten om te beginnen

De beste eerste projecten zijn rechthoekig en klein. Denk aan een onderzetter (ongeveer 20 x 20 cm), een zakdoekje, of een kleine lap die je later kunt naaien tot een stoftas. Zo oefen je het op- en afzetten van steken én het patroon zelf, zonder dat je lang op een resultaat hoeft te wachten.

Een sjaal is ook populair als beginnerproject: je breidt gewoon een lange rechthoek zonder vormgeven of steken meerderen of minderen. Met het gerstekorrelpatroon of het rippatroon ziet een sjaal er direct afgewerkt uit, ook als je nog maar een paar weken aan het breien bent.

Begin klein, kies een patroon met alleen rechts en averecht, en gebruik dik garen. Je zult merken dat je na twee of drie projecten al snel klaar bent voor iets uitdagenders, zoals een muts met een eenvoudige rib of een sjaaltje met een herhalend blokpatroon.