Boordsteek breien: zo werk je het patroon stap voor stap
De boordsteek breien doe je door steeds twee steken recht en twee steken averecht af te wisselen, rij na rij. Dit patroon (ook wel 2×2-ribbelsteek genoemd) geeft je breiwerk een rekbare, geribbelde rand die mooi op zijn plaats blijft zitten. Het is een van de meest gebruikte afwerkingen voor boorden, manchetten en halsranden.
Wat is de boordsteek precies?
De boordsteek is een ribbelpatroon waarbij je telkens twee rechte en twee averechte steken afwisselt. Doordat de steken elkaar precies spiegelen, ontstaat er een elastisch effect. De rand krult niet op, wat hem ideaal maakt als boord aan het begin of einde van een breiwerk. Je ziet hem veel bij truien, sokken, mutsen en polswarmers.
Er bestaan ook varianten, zoals 1×1-ribbelsteek (één recht, één averecht) of 3×3, maar de 2×2-boordsteek is de meest gebruikte omdat hij stevig genoeg is om zijn vorm te houden en toch prettig meegeeft.
Hoe breien je de boordsteek stap voor stap
Voor dit patroon heb je een even aantal steken nodig dat deelbaar is door vier. Hier is hoe je het aanpakt:
- Stap 1: Zet steken op. Kies een veelvoud van vier, bijvoorbeeld 24 of 40 steken. Gebruik bij voorkeur een kleinere naaldmaat dan voor de rest van het breiwerk, zodat de boord strakker aansluit.
- Stap 2: Begin de eerste rij. Brei twee steken recht, dan twee steken averecht. Herhaal dit tot het einde van de rij.
- Stap 3: Draai het werk om. In de volgende rij brei je de steken zoals ze eruit zien: een rechte steek breien als recht, een averechte als averecht. Zo ontstaat het ribbelpatroon vanzelf.
- Stap 4: Herhaal tot de boord de gewenste hoogte heeft. Voor een manchet of halsboord is 4 tot 8 centimeter gebruikelijk.
- Stap 5: Sluit de steken af met een elastische afsluiting, zodat de rand niet te strak wordt en blijft meerekken.
Veelgemaakte fouten bij de boordsteek
Een veelvoorkomende fout is het verkeerd tellen van de steken. Als je per ongeluk drie rechte en dan twee averechte breit, loopt het patroon uit de pas en verlies je het ribbeltje. Tel aan het begin van elke rij even de eerste vier steken om te controleren of je goed zit.
Een andere valkuil is te strak aanslaan. De boordsteek moet kunnen rekken, en als je de beginsteken te stevig opzet, is de rand meteen te nauw. Zet ze op met een naald die één of twee nummers groter is, en wissel daarna terug naar je breinaalden.
Let ook op de overgangen tussen recht en averecht. Haal bij averechte steken de wol altijd naar voren (naar je toe) voordat je de naald in de steek steekt. Vergeet je dat, dan krijg je per ongeluk een extra steek of een gat in je werk.
Tips voor een mooier resultaat
Gebruik wol met wat elasticiteit, zoals een merinowol met een klein percentage polyamide of elastaan. Puur katoen heeft weinig rek en geeft een slappere boord die minder goed zijn vorm houdt.
Brei je in de rondte op een rondbreinaald of een set kousenaalden? Dan verander je de regel: je breit elke ronde gewoon twee recht, twee averecht, zonder te hoeven omdraaien. Dat is voor veel breisters makkelijker, omdat je het patroon altijd vóór je ziet liggen.
Wil je de boordsteek oefenen voor je het aan een echt project knoopt? Breien op een proeflapje van 10 bij 10 centimeter helpt je om je steekspanning te leren kennen. Zo weet je zeker dat de boord straks de juiste maat heeft.
Met een beetje oefening zit de boordsteek er snel in. Het patroon is eenvoudig genoeg voor beginners, maar geeft ook ervaren breisters een nette, professionele afwerking die het verschil maakt.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier