Steken opzetten bij het breien: zo doe je het stap voor stap
Steken opzetten is de allereerste stap bij het breien: je maakt een rij lussen op je breinaald die als basis dient voor je werkstuk. De eenvoudigste manier om steken op te zetten is de enkele opzetmethode (ook wel losse opzet of duimopzet genoemd). Die geeft een soepel randje en is ideaal voor fijn breiwerk.
De enkele methode voor steken opzetten
Bij de enkele opzetmethode werk je met één naald en één draadeinde. Dit is de meest toegankelijke techniek voor beginners. Zo doe je het:
- Maak een beginlus en schuif die op je breinaald. Trek de lus niet te strak aan.
- Houd de naald in je rechterhand. Sla de werkdraad (de draad die naar het bol loopt) om je linkerduim.
- Steek de naaldpunt van onder naar boven door de lus om je duim.
- Glijdt de lus van je duim op de naald. Trek de draad voorzichtig aan zodat de steek gelijkmatig zit, maar niet te strak.
- Herhaal dit totdat je het gewenste aantal steken op de naald hebt.
Het resultaat is een luchtig, los opzetsel. Dat maakt deze techniek extra geschikt als je daarna in ribbelsteek wilt verdergaan, of als het patroon vraagt om een flexibele rand, bijvoorbeeld bij manchetten of sokken.
Hoe strak zet je de steken op?
Een veelgemaakte fout bij het opzetten van steken is ze te strak aantrekken. De lussen moeten gemakkelijk over de naald kunnen schuiven. Een handig trucje: gebruik bij het opzetten een naaldmaat dikker dan het patroon voorschrijft. Na het opzetten wissel je terug naar de juiste maat. Zo voorkom je een te strak opzetrandje dat later niet meegeeft.
Houd er ook rekening mee dat het opzetsel het rekkarakter van je breiwerk bepaalt. Voor een stretchend opzetsel, zoals bij een col of muts, is de losse opzetmethode een goede keuze. Voor een stevigere rand, zoals bij een sjaal die niet mag uitrekken, kun je juist een aangetrokken techniek kiezen.
Hoeveel steken opzetten?
Het aantal op te zetten steken staat altijd in je patroon. Volg je geen patroon, dan bepaal je het aantal via de steekproef. Brei een proeflapje van ongeveer 10 bij 10 centimeter en tel hoeveel steken er per centimeter passen. Vermenigvuldig dat met de gewenste breedte van je werkstuk. Zo zit je nooit te veel of te weinig.
Andere manieren om steken op te zetten bij het breien
Naast de enkele opzetmethode bestaan er nog andere technieken. De twee-naaldenmethode geeft een steviger rand en is iets meer werk: je breit elke nieuwe steek aan vanuit de vorige lus. Dit levert een mooiere, afgezette look op die goed werkt bij het begin van een vest of jas. De Italiaanse opzetmethode is iets ingewikkelder, maar geeft een bijzonder elastisch randje dat populair is bij breiwerk van ribbelpatronen.
Welke methode je kiest, hangt af van het project en het patroon. Twijfel je? De losse opzet met de duimtechniek is altijd een veilige start, zeker als je net begint met breien.
Zodra je steken opzetten onder de knie hebt, ben je klaar voor de eerste echte breirij. Oefen de opzetmethode een paar keer op een restje garen voordat je aan een nieuw project begint. Dat maakt het al snel een automatisme.
Breien voor beginners: zo leer je het stap voor stap
Borduren voor beginners: zo begin je stap voor stap
Borduren voor kinderen: zo begin je op de juiste manier